Dictionary
› brand name
„brand name" in Dutch
How do you say "brand name" in Dutch?
brand name
→
het merk, de merken
/ðə bɹˈand
ðə bɹˈandz/
✓ Verified by a human
Translations · 3
- the brand, the brands→het merk, de merken
- the brand→het merk
- brand new→splinternieuw
Phrases · 6
- registered brand name→de geregistreerde merknaam
- brand names→de merknamen
- brand-name products→de merknaamproducten
- brand→merk
- brand new→fonkelnieuw
- brand new→gloednieuw
Example sentences · 15
- Brand names and goodwill are intangible assets. → Merknamen en goodwill zijn immateriële activa.
- It's brand new. → Het is gloednieuw.
- It's a brand new day. → Het is een nieuwe dag.
- Madam, would you like to exchange this brand for another brand? → Mevrouw, wilt u dit merk voor een andere merk ruilen?
- What's your favorite brand? → Wat is jouw lievelingsmerk?
- The brand equity wasn’t diluted, nor were the brand assets. → Het merkkapitaal werd niet verwaterd, noch de merkactiva.
- Our brand is recognizable. → Ons merk is herkenbaar.
- Which brand do you prefer? → Welk merk heeft jouw voorkeur?
- The chair is not brand new. → De stoel is niet helemaal nieuw.
- His brand isn't well-known. → Zijn merk is niet bekend.
- Can we build a strong brand? → Kunnen we een sterk merk opbouwen?
- Is their brand strong enough? → Is hun merk sterk genoeg?
- Brand sentiment analysis gauges public perception. → Merk sentimentanalyse meet de publieke perceptie.
- Auldey is a Chinese brand. → Auldey is een Chinees merk.
- Is that brand really eco-friendly? → Is dat merk echt milieuvriendelijk?
See also
Learn "het merk, de merken" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.