Dictionary
› common
„common" in Dutch
How do you say "common" in Dutch?
common
→
het gewoonterecht
/kˈɒmən lˈɔː/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- common law→het gewoonterecht
- common loon→de ijsduiker
- common name→de volksnaam
- common teal→de wintertaling
Phrases · 6
- the common, the commons→het gemeenschappelijke, de gemeenschappelijken
- Common sentence→algemene zin
- common aim→het gezamenlijk doel
- common law→het gemeen recht
- common law→algemene wet
- common man→de gewone man
Example sentences · 1
- Whose responsibility? Common. → Wie zijn verantwoordelijkheid? Gezamenlijk.
See also
Learn "het gewoonterecht" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.