Dictionary
› common name
„common name" in Dutch
How do you say "common name" in Dutch?
common name
→
gebruikelijk
/kˈɒmən/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- common→gebruikelijk
- common→gemeenschappelijk
- common law→het gewoonterecht
- common loon→de ijsduiker
Phrases · 6
- a common name→een veelvoorkomende naam
- common nature→de gemeenschappelijke aard
- common→gangbare
- common→gewoon
- the common, the commons→het gemeenschappelijke, de gemeenschappelijken
- Common sentence→algemene zin
Example sentences · 3
- Is Natasha a common name in Russia? → Is Natasha een veelvoorkomende naam in Rusland?
- Is Thomas a common name where you live? → Is Thomas een veelvoorkomende naam waar je woont?
- Whose responsibility? Common. → Wie zijn verantwoordelijkheid? Gezamenlijk.
See also
Learn "gebruikelijk" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.