Dictionary
› divorced
„divorced" in Dutch
How do you say "divorced" in Dutch?
divorced
→
scheiden
/tə dɪvˈɔːs/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- to divorce→scheiden
- the divorce→de scheiding
- the divorce→de echtscheiding
- diverge, diverged, diverged→uiteenlopen, liep uiteen, uiteengelopen
Phrases · 6
- divorced wife→de gescheiden echtgenote
- to be divorced→gescheiden zijn
- to get divorced→scheiden
- to get divorced→gaan scheiden
- to get divorced→om te scheiden
- eventually divorced→uiteindelijk gescheiden
Example sentences · 20
- I'm divorced. → Ik ben gescheiden.
- Tom's divorced. → Tom is gescheiden.
- Tom is divorced. → Tom is gescheiden.
- Tom divorced Mary. → Tom is van Mary gescheiden.
- Is your friend divorced? → Is je vriend gescheiden?
- I’m a widow. I’m not divorced. → Ik ben weduwe. Ik ben niet gescheiden.
- Tom is getting divorced. → Tom gaat scheiden.
- I don't want to get divorced. → Ik wil niet scheiden.
- I’m not a widower. I’m divorced. → Ik ben geen weduwnaar. Ik ben gescheiden.
- She eventually divorced him. → Uiteindelijk scheidde ze van hem.
- Tom divorced Mary last year. → Tom is vorig jaar van Maria gescheiden.
- Sami and Layla got divorced. → Sami en Layla zijn gescheiden.
- How long have you been divorced? → Hoe lang ben je al gescheiden?
- Are you married? No I am divorced. → Bent u getrouwd? Nee, ik ben gescheiden.
- Tom may get divorced. → Tom kan gaan scheiden.
- Marieke got divorced last year. → Marieke is vorig jaar gescheiden.
- They divorced by mutual agreement. → De echtscheiding geschiedde met wederzijdse instemming.
- My brother is divorced. → Mijn broer is gescheiden.
- Tom and Mary got divorced last year. → Tom en Mary zijn vorig jaar gescheiden.
- We divorced directly after our honeymoon. → We zijn direct na de huwelijksreis gescheiden.
See also
Learn "scheiden" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.