Dictionary
› frequently
„frequently" in Dutch
How do you say "frequently" in Dutch?
frequently
→
regelmatig
/fɹˈiːkwənt/
✓ Verified by a human
Translations · 3
- frequent→regelmatig
- frequent→veelvuldig
- frequent→frequent
Phrases · 6
- frequently go→vaak gaan
- so frequently→soms zo vaak
- less frequently→minder vaak
- change frequently→frequent veranderen
- update frequently→regelmatig updaten
- to occur frequently→vaak voorkomen
Example sentences · 21
- We talk frequently. → We praten regelmatig.
- I see Tom frequently. → Ik zie Tom dikwijls.
- Do you fly frequently? → Vliegt u regelmatig?
- Tom is frequently wrong. → Tom vergist zich regelmatig.
- It happens frequently. → Het gebeurt regelmatig.
- Save the game frequently! → Sla het spel vaak op!
- Tom frequently wears a hat. → Tom draagt regelmatig een hoed.
- We listen to music frequently. → Wij luisteren vaak naar muziek.
- They wash hands frequently. → Ze wassen vaak hun handen.
- Do you frequently get colds? → Ben je vaak verkouden?
- She won’t wash hands frequently. → Ze zal niet vaak haar handen wassen.
- He is frequently absent from school. → Hij is vaak afwezig op school.
- She frequently thought of him. → Ze heeft vaak aan hem gedacht.
- Will you wash hands frequently? → Zal je vaak je handen wassen?
- He doesn’t sneeze frequently anymore. → Hij niest niet meer vaak.
- Are you going to sneeze frequently? → Ga je vaak niezen?
- Tom frequently talks in his sleep. → Tom praat vaak in zijn slaap.
- They deploy updates frequently. → Ze rollen updates frequent uit.
- Do you all frequently go to the seaside? → Gaan jullie vaak naar zee?
- He does not frequently go to the cinema. → Hij gaat niet vaak naar de bioscoop.
- Why does the plan change so frequently? → Waarom verandert het plan zo vaak?
See also
Learn "regelmatig" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.