Dictionary
› hex
„hex" in Dutch
How do you say "hex" in Dutch?
hex
→
beheksen
/tə hˈɛks/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- to hex→beheksen
- to hex→heksen
- the hexagon→de hexagoon
- the hexagon→de zeshoek
Phrases · 6
- hex nut→de zeskantsmoer
- hex bolt→de zeskantbout
- hex nuts→de zeskantmoeren
- hex bolts→de zeskantbouten
- hexagon head→de zeskantkop
- hexagon nut→de zeskantmoer
Example sentences · 20
- Is hexane toxic? → Is hexaan giftig?
- Hexane is a hydrocarbon. → Hexaan is een koolwaterstof.
- to help, helped, helped → helpen. hielp, geholpen
- He helps us. → Hij helpt ons.
- He heard it. → Hij hoorde het.
- I hesitated. → Ik aarzelde.
- He helped me. → Hij heeft mij geholpen.
- He helped us. → Hij heeft ons geholpen.
- I helped her. → Ik heb haar geholpen.
- Help! Police! Help! → Help! Politie! Help!
- Tom hesitated. → Tom twijfelde.
- We helped her. → Wij hebben haar geholpen.
- He helped Tom. → Hij heeft Tom geholpen.
- He's helping me. → Hij helpt me.
- He isn't from here, is he? → Hij komt niet van hier, toch?
- He helps us a lot. → Hij helpt ons veel.
- He told her he didn't love her. → Hij heeft haar verteld dat hij niet van haar hield.
- He is here. → Hij is hier.
- He is a hero. → Hij is een held.
- He's her dad. → Hij is haar papa.
See also
Learn "beheksen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.