Dictionary
› hibernation
„hibernation" in Dutch
How do you say "hibernation" in Dutch?
hibernation
→
de winterslaap
/ðə hˌaɪbənˈeɪʃən/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the hibernation→de winterslaap
- he, him, his→hij, hem, zijn
- his→zijn
- high, higher, highest→hoog, hoger, hoogst
Phrases · 6
- to emerge from hibernation→uit de winterslaap komen
- self imposed hibernation→zelfopgelegde winterslaap
- to hibernate→winterslaap houden
- to hibernate→de winterslaap houden
- to hibernate at all→helemaal overwinteren
- to hibernate deeply→diep in winterslaap gaan
Example sentences · 20
- Bears hibernate. → Beren overwinteren.
- Four months later, Tom emerged from his self imposed hibernation. → Vier maanden later kwam Tom uit zijn zelfopgelegde winterslaap.
- Why don't people hibernate? → Waarom overwinteren mensen niet?
- Turtles hibernate. → Schildpadden overwinteren.
- Bears are known to hibernate deeply. → Beren staan bekend om diep in winterslaap te gaan.
- Shouldn’t bears have started to hibernate by now? → Hadden beren nu niet al moeten beginnen met winterslaap?
- Animals that hibernate in the winter also suffer from warming temperatures. Marmots, chipmunks, and bears are waking up as much as a month early. Some are not hibernating at all. → Dieren die in de winter overwinteren, lijden ook onder de opwarming van de aarde. Marmotten, eekhoorns en beren worden tot wel een maand eerder wakker. Sommigen overwinteren helemaal niet.
- It is instinctive for some species to hibernate deeply. → Het is instinctief voor sommige soorten om diep in winterslaap te gaan.
- Some animals prefer to hibernate during cold months. → Sommige dieren houden liever een winterslaap tijdens koude maanden.
- It's his loft. It is his. → Het is zijn hok. Het is het zijne.
- This is his money. It’s his. → Dit is zijn geld. Het is van hem.
- The snake hisses. → De slang sist.
- It's his. → Het is de zijne.
- Sami had his cup in his hand. → Sami had zijn beker in zijn hand.
- That's his house. That is his. → Dat is zijn huis. Dat is het zijne.
- The cat hissed at Tom. → De kat blies naar Tom.
- Historians write history. → Historici schrijven geschiedenis.
- Tom hid under his bed, but his mother found him. → Tom verstopte zich onder zijn bed, maar zijn moeder heeft hem gevonden.
- We hired him. → We hebben hem aangenomen.
- Is it his? → Is het van hem?
See also
Learn "de winterslaap" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.