Dictionary
› image
„image" in Dutch
How do you say "image" in Dutch?
image
→
de afbeelding
/ðɪ ˈɪmɪdʒ/
✓ Verified by a human
Translations · 3
- the image→de afbeelding
- the image→het beeld
- the self-image→het zelfbeeld
Phrases · 6
- image, images→schilderij, schilderijen
- the image, the images→het beeld, de beelden
- the image, the images→beeld, beelden
- new image→de nieuwe uitstraling
- bad image→het slecht beeld
- good image→het goed imago
Example sentences · 12
- Image removed at owner's request. → Afbeelding verwijderd op verzoek van eigenaar.
- That's an image I love. → Dat is een schilderij dat ik liefheb.
- Image quality better than in the base. → De beeldkwaliteit is beter dan in de basis.
- The image looks grainy. → Het beeld ziet er korrelig uit.
- Improve the image quality! → Verbeter de beeldkwaliteit!
- The image quality is poor. → De beeldkwaliteit is slecht.
- I’m going to crop this image. → Ik ga deze afbeelding bijsnijden.
- You have to resize the image. → Je moet de afbeelding herschalen.
- What do you see in this image? → Wat zie je op deze prent?
- Which image must be placed? → Welke afbeelding moet worden geplaatst?
- Can you check the image quality? → Kun je de beeldkwaliteit controleren?
- Is the public image always fake? → Is het publieke imago altijd nep?
See also
Learn "de afbeelding" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.