Dictionary
› judo
„judo" in Dutch
How do you say "judo" in Dutch?
judo
→
het judo
/ðə dʒˈuːdəʊ/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the judo→het judo
- to judge→beoordelen
- to judge→oordelen
- the judge→de rechter
Phrases · 6
- Judge→Rechter
- the judge, the judges→de rechter, de rechters
- the judge, the judges→rechter, rechters
- judged→geoordeeld
- judged→beoordeeld
- judged→besliste
Example sentences · 15
- She used to train in judo as a child. → Ze trainde vroeger in judo als kind.
- The black belt can be obtained by practicing judo. → De zwarte gordel kan je bekomen door judo te beoefenen.
- I don't like being judged. → Ik wordt niet graag beoordeeld.
- Samuel judged Israel. → Samuel oordeelde Israël.
- The court judged the case. → De rechtbank heeft de zaak beoordeeld.
- What do the judges have? A hammer. → Wat hebben de rechters? Een hamer.
- The judges wear a special beret. → De rechters dragen een bijzondere baret.
- She doesn't realize she's judging. → Ze beseft niet dat ze oordeelt.
- Not judging builds trust. → Niet oordelen bouwt vertrouwen op.
- There weren't enough line judges. → Er waren niet genoeg lijnrechters.
- Deborah was one of the judges of Israel. → Debora was een van de rechters van Israël.
- The judge is fair. → De rechter is eerlijk.
- The lawyer argues for the judges. → De advocaat pleit voor de rechters.
- The judge read the judgment to the plaintiff. → De rechter las het arrest voor aan de eiser.
- The upright judge made a fair judgement. → De eerlijke rechter oordeelde rechtvaardig.
See also
Learn "het judo" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.