Dictionary
› lawsuit
„lawsuit" in Dutch
How do you say "lawsuit" in Dutch?
lawsuit
→
het geding
/ðə lˈɔːsuːt/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the lawsuit→het geding
- the lawsuit→het proces
- the law, laws→de wet, wetten
- laws→wetten
Phrases · 6
- lawsuit, lawsuits→rechtszaak, rechtszaken
- the lawsuit, the lawsuits→de rechtszaak, de rechtszaken
- cause a lawsuit→een rechtszaak aanspannen
- to file a lawsuit→een rechtszaak aanspannen
- pending lawsuit→de lopende rechtszaak
- without the lawsuit→zonder de rechtszaak
Example sentences · 19
- The employee files a lawsuit. → De werknemer spant een rechtzak aan.
- The campaign team decided to file a lawsuit. → Het campagneteam besloot een rechtszaak aan te spannen.
- The lawsuit against the corrupt company was successful. → Het rechtsgeding tegen het corrupte bedrijf was succesvol.
- If the precedent did not exist, the lawsuit could withstand. → Als het precedent niet bestond, kon de rechtszaak slagen.
- The claimant won the lawsuit and received compensation. → De eiser won de rechtszaak en kreeg een schadevergoeding.
- Had users given informed consent, the lawsuit wouldn’t exist. → Als gebruikers geïnformeerde toestemming hadden gegeven, zou de rechtszaak niet bestaan.
- Might they have negotiated more openly without the lawsuit? → Zouden ze openlijker hebben onderhandeld zonder de rechtszaak?
- The judgment was key, thus the lawsuit acquired a new framework. → Het vonnis was belangrijk, daardoor kreeg de rechtszaak een nieuw kader.
- Is it possible that the new framework of the lawsuit was reassessed? → Is het mogelijk dat het nieuwe kader van de rechtszaak is heroverwogen?
- Had IP rights been secured, infringement lawsuits would've been avoided. → Als intellectuele eigendomsrechten waren beschermd, zouden inbreukprocedures zijn voorkomen.
- The lawsuit did not withstand because the precedent prevailed over the argumentation. → De rechtszaak mislukte al, omdat het precedent de argumentatie overheerste.
- Laws hate fraud. → De wetten haten fraude.
- My in-laws don’t like me. → Mijn schoonfamilie mag me niet.
- I will keep the laws. → Ik zal de wetten naleven.
- I didn't break any laws. → Ik heb geen wetten overtreden.
- Can we obey all the laws? → Kunnen we alle wetten gehoorzamen?
- You get used to the new laws. You would get used to the new laws. → Aan de nieuwe wetten wen je wel. Aan de nieuwe wetten zou je wel wennen.
- They must obey God’s laws. → Ze moeten Gods wetten gehoorzamen.
- Laws never love fraud. → De wetten houden nooit van fraude.
See also
Learn "het geding" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.