Dictionary
› lemon
„lemon" in Dutch
How do you say "lemon" in Dutch?
lemon
→
de citroen
/ðə lˈɛmən/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the lemon→de citroen
- lemon squeezer→de citroenpers
- the lemonade→de limonade
- grey mouse lemur→de dwergmuismaki
Phrases · 6
- lemon, lemons→citroen
- the lemon, the lemons→de citroen, de citroenen
- with lemon→met citroen
- lemon balm→de citroenmelisse
- lemon cake→de citroencake
- lemon peel→de citroenschil
Example sentences · 20
- The lemon is sour. → De citroen is zuur.
- A tea with lemon, please. → Een thee met citroen, alstublieft.
- Do you like tea with lemon? → Vind je citroenthee lekker?
- We’d like lemon tart to share. → We willen graag citroentaart delen.
- He drinks tea with lemon. → Hij drinkt thee met citroen.
- I never drink tea with lemon. → Ik drink nooit thee met citroen.
- I made you tea with lemon. → Ik heb thee met citroen voor je gemaakt.
- Did you zest the lemon finely? → Heb je de citroenschil fijn geraspt?
- Tea with lemon for me, please. → Voor mij thee met citroen alstublieft.
- Squeezing someone like a lemon. → Iemand uitknijpen als een citroen.
- He zested the lemon for the cake. → Hij heeft de citroen geraspt voor de cake.
- A lemon is more acidic than an apple. → Een citroen is zuurder dan een appel.
- Tom has a lemon tree in his backyard. → Tom heeft een citroenboom in zijn achtertuin.
- The lemon has a flavor all of its own. → De citroen heeft een eigen smaak.
- Zest the lemon before juicing it. → Rasp de schil van de citroen voordat je hem perst.
- In my cola I like to take a slice of lemon. → In mijn cola neem ik graag een schijfje citroen.
- I find lemons too sour. → Ik vind citroenen te zuur.
- How many lemons to buy? → Hoeveel citroenen te kopen?
- Can you eat sour lemons? → Kan je zure citroenen eten?
- I made lemonade with lemons and sugar. → Ik heb limonade met citroenen en suiker gemaakt.
See also
Learn "de citroen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.