Dictionary
› manoeuvre
„manoeuvre" in Dutch
How do you say "manoeuvre" in Dutch?
manoeuvre
→
manoeuvreren
/tə mənˈuːvə/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- to manoeuvre→manoeuvreren
- maned duck→de manengans
- the man, the men→de man, de mannen
- the man, the men→de mens, de mensen
Phrases · 6
- room for manoeuvre→de manoeuvreerruimte
- overtaking manoeuvre→de inhaalmanoeuvre
- easy manoeuvrability→de grote wendbaarheid
- a mansion, the mansions→een herenhuis, de herenhuizen
- the mansion, the mansions→het grote huis, de grote huizen
- the mansion, the mansions→het herenhuis, de herenhuizen
Example sentences · 14
- The manor isn't a place to party. → Het landhuis is geen plek om te feesten.
- Man is a wolf to man. → De mens is een wolf voor de mens.
- Man up! → Wees een man!
- Man doesn't eat man. → Mensen eten geen mensen.
- Man-child. → Man-kind.
- Many men died at sea. → Vele mannen stierven op zee.
- Man was not born but made man. → Mensen worden niet geboren maar gevormd.
- Manners maketh man. → Manieren maken de man.
- Many will die. → Velen zullen sterven.
- He is not a man of rough manners. → Hij is geen man van een ruwe aard.
- Can a man of rough manners not be? → Kan een man van een ruwe aard niet zijn?
- The man is old. It's an old man. → De man is oud. Het is een oude man.
- Many people have a T.V. → Veel mensen bezitten een T.V.
- I am a man. → Ik ben een man.
See also
Learn "manoeuvreren" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.