Dictionary
› memory
„memory" in Dutch
How do you say "memory" in Dutch?
memory
→
Geheugen, van het geheugen
/mˈɛməɹi
ɒv mˈɛməɹiz/
Phrases · 5
- memory, of memories→Geheugen, van het geheugen
- the memory, the memories→geheugen, geheugens
- the memory, the memories→het geheugen, de herinneringen
- the memory, the memories→De herinnering, de herinneringen
- this memory, these memories→deze herinnering, deze herinneringen
Example sentences · 4
- Tom has a poor memory. → Tom heeft een slecht geheugen.
- You have a good memory. → Ge hebt een goed geheugen.
- My memory card is full. → Mijn geheugenkaart is vol.
- The memory is precious. → De herinnering is kostbaar.
See also
Learn "Geheugen, van het geheugen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.