Dictionary
› napkin
„napkin" in Dutch
How do you say "napkin" in Dutch?
napkin
→
het servet
/ðə nˈapkɪn/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the napkin→het servet
- sanitary napkin→het maandverband
- sanitary napkins→damesverbanden
- pale-naped brush finch→de bleeknekstruikgors
Phrases · 6
- napkin ring→de servetring
- paper napkin→het papieren servet
- napkin holder→de servethouder
- napkin holder→de servettenhouder
- to be napping→een dutje doen
- nap→middagdutje
Example sentences · 20
- May I have a napkin, please? → Mag ik een servet, alstublieft?
- I’m sorry, can I get a new napkin? → Het spijt me, kan ik een nieuw servet krijgen?
- Do you need a sanitary napkin? → Heb je maandverband nodig?
- Tom wrote Mary's number on a napkin. → Tom schreef Maria haar nummer op een servet.
- My wife asked the waiter for a napkin. → Mijn vrouw vroeg de ober om een servet.
- The napkins are chlorine-free. → De servetten zijn chloorvrij.
- Where do you have these napkins from? → Waar heb je deze servetten vandaan?
- He could fold napkins into swans. → Hij kon zwanen vouwen van servetten.
- At the table you have to wipe your mouth with a napkin. → Aan tafel moet je je mond met een servet afvegen.
- Tom wrote his phone number on a napkin and handed it to Mary. → Tom schreef zijn telefoonnummer op een servet en gaf ze aan Maria.
- Yanni was still napping. → Yanni was nog aan het dutten.
- She sometimes naps after lunch. → Zij doet soms een dutje na de lunch.
- I don't need a nap. → Ik heb geen dutje nodig.
- Take a nap. → Doe een dutje.
- I didn't take a nap. → Ik heb geen dutje gedaan.
- I want to take a nap. → Ik wil een kort slaapje houden.
- I was going to take a nap. → Ik ging een dutje doen.
- What time do you have a nap? → Hoe laat heb je een dutje?
- I’m going to take a nap now. → Ik ga nou een dutje doen.
- I have a nap almost every day. → Ik doe bijna elke dag een dutje.
See also
Learn "het servet" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.