Dictionary
› opening
„opening" in Dutch
How do you say "opening" in Dutch?
opening
→
de opening
/ðɪ ˈəʊpənɪŋ/
✓ Verified by a human
Translations · 2
- the opening→de opening
- opening hours→openingsuren
Phrases · 6
- opening hour, opening hours→openingstijd, openingstijden
- opening lap→de openingsronde
- opening race→de openingsrace
- opening race→de openingswedstrijd
- opening week→de openingsweek
- opening word→het openingswoord
Example sentences · 22
- I'm opening a box. → Ik open een doos.
- The door is opening now. → Nu gaat de deur open.
- He is opening the window. → Hij doet het raam open.
- His parachute isn't opening. → Zijn parachute opent niet.
- She is opening the window. → Zij doet het raam open.
- The curtain is opening now. → Het gordijn gaat nu open.
- I am not opening the window. → Ik open het raam niet.
- I love the opening theme. → Ik hou van de openingsthema.
- I was opening gifts slowly. → Ik was cadeaus langzaam aan het openen.
- Avoid opening links. → Open geen links.
- Aren't you opening the photo album? → Open je het fotoalbum niet?
- The opening act was amazing. → Het voorprogramma was geweldig.
- Why isn’t the curtain opening? → Waarom gaat het gordijn niet open?
- The opening theme is catchy. → Het openingsthema is pakkend.
- Would you mind opening the window? → Zou je het raam willen openen?
- Would you mind opening the window? → Zou je het raam open willen doen?
- Can you avoid opening the door now? → Kun je nu vermijden de deur te openen?
- Were you opening the box carefully? → Opende je de doos voorzichtig?
- We didn’t enjoy the opening act. → We vonden het voorprogramma niet leuk.
- Do you know the opening theme? → Ken je de openingsthema?
- The opening act was also great. → De openingsact was ook geweldig.
- Are they opening the store next week? → Openen ze de winkel volgende week?
See also
Learn "de opening" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.