Dictionary
› pig
„pig" in Dutch
How do you say "pig" in Dutch?
pig
→
het varken
/pˈɪɡ
pˈɪɡz/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- pig, pigs→het varken, de varkens
- the pig, the pigs→het varken, de varkens
- the pig→het varken
- the pig→de varken
Phrases · 6
- pig fat→het varkensvet
- pig feed→het varkensvoer
- wild pig→het wild varken
- pig iron→het piekijzer
- pig iron→het ruwijzer
- feral pig→het wild varken
Example sentences · 20
- The pig is pink. → Het varken is roze.
- You're such a pig. → Wat ben je toch een zwijn.
- The pig growls. → Het varken knort.
- Piglet is a very small pig. → Knorretje is een heel klein varken.
- Tom eats like a pig. → Tom eet als een varken.
- I called Tom a pig. → Ik heb Tom een varken genoemd.
- A sow is a female pig. → Een zeug is een vrouwtjesvarken.
- There isn't a smaller pig than Piglet. → Er is geen kleiner varken dan Knorretje.
- The baby turns into a pig. → De baby verandert in een varken.
- You're sweating like a pig, Tom. → Je zweet als een varken, Tom.
- I have a guinea pig and a cat. → Ik heb een cavia en een kat.
- The baby hadn't been a pig before. → De baby was eerder geen varken geweest.
- Did the duchess hold the pig too? → Hield de hertogin het varken ook vast?
- A guinea pig is a sympathetic pet. → Een cavia is een sympathiek huisdier.
- The pig is grunting. The grunts. → Het varken knort. Het geknor.
- My guinea pig was my first girlfriend. → Mijn cavia was mijn eerste vriendin.
- Alice used to hold the pig carefully. → Alice hield het varken vroeger voorzichtig vast.
- I bought a pig in a poke yesterday. → Ik heb gisteren een kat in de zak gekocht.
- Ham comes from the hind leg of a pig. → Ham wordt gemaakt van het achterbeen van een varken.
- I won’t be a guinea pig in this experiment! → Ik wil geen proefkonijn zijn in dit experiment!
See also
Learn "het varken" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.