Dictionary
› ruler
„ruler" in Dutch
How do you say "ruler" in Dutch?
ruler
→
de duimstok
/ðə ɹˈuːlə/
✓ Verified by a human
Translations · 2
- the ruler→de duimstok
- the rule, the rules→de regel, de regels
Phrases · 6
- absolute ruler→de absolute heerser
- sovereign ruler→de soevereine heerser
- to crown a ruler→een heerser kronen
- the powerful ruler→de machtige heerser
- the rich young ruler→de rijke jongeling
- to revolt against a ruler→tegen een heerser in opstand komen
Example sentences · 22
- A ruler is a ruler that you can fold. → Een duimstok is een meetlat die je kunt opvouwen.
- I have a ruler. → Ik heb een liniaal.
- She was a powerful ruler. → Ze was een machtige heerser.
- Wasn't he a powerful ruler? → Was hij niet een machtige heerser?
- The czar was the ruler of Russia. → De tsaar was de heerser van Rusland.
- The Pharaoh is the ruler of Egypt. → De farao is de heerser van Egypte.
- I used a ruler to line the diary. → Ik gebruikte een liniaal om het dagboek te belijnen.
- The rich young ruler went away sad. → De rijke jongeling ging bedroefd weg.
- Wasn't Queen Elizabeth a powerful ruler? → Was koningin Elizabeth niet een machtige heerser?
- I need a ruler to draw a straight line. → Ik heb een liniaal nodig om een rechte lijn te tekenen.
- The king was a strict and powerful ruler. → De koning was een strenge en machtige heerser.
- The rich young ruler went away sorrowful. → De rijke jongeling ging bedroefd weg.
- Crowning a ruler is a momentous occasion. → Een heerser kronen is een gedenkwaardige gebeurtenis.
- The rulers are in the desk. → De linialen liggen in het bureau.
- I used a ruler and a pencil to draw a rectangle. → Ik gebruikte een lineaal en een potlood om een rechthoek te tekenen.
- A ruler is a tool for drawing straight lines. → Een liniaal is een hulpmiddel om rechte lijnen te trekken.
- The rich young ruler shouldn't have walked away sad. → De rijke jongeling had niet verdrietig moeten weglopen.
- What the kingdom needed was a fair and just ruler. → Wat het koninkrijk nodig had was een eerlijke en rechtvaardige heerser.
- Cleopatra was the last ruler of the Ptolemaic dynasty. → Cleopatra was de laatste heerser van de Ptolemeïsche dynastie.
- The rulers weren't wise kings. → De heersers waren geen wijze koningen.
- It is essential that the ruler be crowned with legitimacy. → Het is essentieel dat de heerser met legitimiteit wordt gekroond.
- I measured the dimensions of the vase with a ruler. → Ik nam de afmetingen van de vaas op met een liniaal.
See also
Learn "de duimstok" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.