Dictionary
› sliding door
„sliding door" in Dutch
How do you say "sliding door" in Dutch?
sliding door
→
glijdend
/slˈaɪdɪŋ/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- sliding→glijdend
- the slides→de dia’s
- the door, the doors→de deur, de deuren
- the door→de deur
Phrases · 6
- a sliding door→een schuifdeur
- sliding glass door→de glazen schuifdeur
- glass sliding door→de glazen schuifdeur
- sliding hub→de verschuifbare naaf
- sliding bolt→de schuifgrendel
- sliding gate→de schuifpoort
Example sentences · 20
- It's a sliding door. → Het is een schuifdeur.
- Walls have ears, sliding paper doors have eyes → Muren hebben oren, papieren schuifdeuren hebben ogen.
- Sliding the board sideways, she maintained balance. → Het board zijwaarts slidend, hield ze haar balans.
- Sliding on the surface, the clay court specialist reached the ball. → Glijdend over het oppervlak, bereikte de gravelbaanspecialist de bal.
- He could hear something heavy sliding in the room above him. → Hij kon iets zwaars horen schuiven in de kamer boven hem.
- He laughed, and his laughter was like the purr of a sword sliding from a silken sheath. → Hij lachte, en zijn lach was als het spinnen van een zwaard dat uit een zijden schede gleed.
- I slid the letter under the door and gave it a knock. → Ik heb de brief onder de deur gestoken en aangeklopt.
- Tom moved the flower pot to the left and the secret door slid open. → Tom verplaatste de bloempot naar links en de geheime deur gleed open.
- copies of the slides → kopieën van de dia's
- Were the slides helpful? → Waren de dia's nuttig?
- Tom slipped out the back door. → Tom glipte de achterdeur uit.
- There weren’t enough slides. → Er waren niet genoeg dia's.
- I'm holding a pen that slides. → Ik houd een pen vast die glijdt.
- I will get in touch about the slides. → Ik zal contact opnemen over de dia's.
- The slides were well-designed. → De dia's waren goed ontworpen.
- He slammed the door shut. He slammed the door shut. → Hij smeet de deur dicht met een dreun. Met een dreun smeet hij de deur dicht.
- The door is a small door. → Het deurtje is een kleine deur.
- The lecturer had interesting slides to show. → De docent had interessante dia's om te laten zien.
- She slammed the door. → Ze sloeg de deur dicht.
- He slams the door shut. → Hij sloeg de deur toe.
See also
Learn "glijdend" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.