Dictionary
› toe
„toe" in Dutch
How do you say "toe" in Dutch?
toe
→
de teen
/ðə tˈəʊ/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the toe→de teen
- the toe, the toes→de teen, de tenen
- toes→tenen
- short-toed snake eagle→de slangenarend
Phrases · 6
- little toe→de kleine teen
- to stub a toe→teen stoten
- from head to toe→van top tot teen
- to point the toes→de tenen strekken
- to be pigeon-toed→naar binnen gericht zijn
- TOEFL test→de TOEFL-test
Example sentences · 20
- I broke my toe. → Ik heb mijn teen gebroken.
- I stubbed my toe. → Ik stootte mijn teen.
- Show me your toe. → Laat me je teen zien.
- Tom stubbed his toe. → Tom stootte z'n teen.
- He stubbed his toe. → Hij stootte zijn teen.
- My toe is bruised. → Mijn teen is gekneusd.
- Sami broke his toe. → Sami brak zijn teen.
- She stubbed her toe. → Zij stootte haar teen.
- Which toe am I touching? → Welke teen raak ik aan?
- I broke my big toe. → Ik heb mijn grote teen gebroken.
- I just stubbed my toe. → Ik heb net mijn teen gestoten.
- I stubbed my toe on the coffee table. → Ik stootte mijn teen tegen de salontafel.
- I have got a small blister on my toe. → Ik heb een kleine blaar op mijn teen.
- I can't touch my toes. → Ik kan mijn tenen niet aanraken.
- I can't feel my toes. → Ik kan mijn tenen niet voelen.
- He has ten toes. → Hij heeft tien tenen.
- Can you touch your toes? → Kan jij je tenen aanraken?
- Show me your toes. → Laat me je tenen zien.
- Wiggle your toes. → Beweeg uw tenen.
- My toes are frozen. → Mijn tenen zijn bevroren.
See also
Learn "de teen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.